Home
De Kadoelerscheg
De Kadoelerscheg is een van de ‘scheggen’ van Amsterdam. Een scheg bestaat uit een aaneenschakeling van groengebieden en wateren. Het verbindt de natuur van Amsterdam-Noord met de natuur van het Waterland eromheen.
In de Kadoelerscheg leven bijzondere planten en dieren. Je vindt er bijvoorbeeld de grutto, de sperwer, de moeraswespenorchis, de hermelijn, de wezel, de steenmarter, de paling en de snoek. Ook zijn er speciale landslakjes en misschien zelfs de zeldzame noordse woelmuis.
Dit gebied is dus heel belangrijk voor de natuur in Noord en verdient goede zorg. Op deze website lees je meer over de stichting Kadoelerscheg, wat zij doen en hoe zij de Kadoelerscheg willen beschermen en verbeteren. Ook kun je lezen hoe jij kunt helpen.
Natuurinventarisaties Wilmkebreek 2025
19 maart 2026
Sinds 2011 wordt de agrarische Wilmkebreekpolder in Amsterdam-Noord elk jaar onderzocht. Vrijwilligers van de Commissie Natuur van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder tellen planten en dieren. Ze letten vooral op vogels.
De resultaten laten zien hoe het met de natuur in de polder gaat. Elk jaar worden deze gegevens verzameld in een rapport. De jaarrapporten staan op de website van de vereniging.
Hier vindt u de resultaten van het onderzoek in 2025. Ook leest u meer over de Wilmkebreekpolder en waarom dit gebied bijzonder is.
Waarneming van vogels en manier van tellen
In de broedtijd van weidevogels, van half maart tot half juli, worden elke week vogels geteld. Het gaat om broedende vogels en ouderparen met jongen die zichtbaar zijn.
De tellingen gebeuren op afstand, vanaf de hoge Landsmeerderdijk. Vanaf daar is er goed zicht op de polder. Ook is goed te zien hoe vogels reageren op gevaar, zoals roofvogels. Met al deze informatie wordt ingeschat hoeveel jongen er zijn grootgebracht.
Ook buiten de broedtijd worden vogels geteld, maar minder vaak. Daarnaast geven omwonenden het hele jaar door waarnemingen door via de Signal-app ‘Waarnemingen Wilmkebreek’.
Vlak voor het broedseizoen wordt een schrikdraad geplaatst rond de graslanden. Dit beschermt de vogels en hun jongen. Deze maatregel werkt al jaren goed, vooral tegen katten en vossen.
Een glimworm in de Kadoelerscheg
30 maart 2026
Een glimworm, ook wel vuurvliegje genoemd, spreekt voor veel mensen tot de verbeelding. In films zie je vaak talloze kleine lichtjes die door een donker bos zweven. In werkelijkheid is een glimworm echter geen worm en ook geen vlieg, maar een kever.
Tijdens een schouw op 12 maart in de Kadoelerscheg, samen met Noemie Smit en Melvin Stigter, wees Melvin ons op een historische, drooggevallen sloot in het Kadoelerduin. Deze geul stond in het verleden in verbinding met de Kadoelerbreek en is inmiddels veranderd in een moerassig gebied met begroeiing van wilg, oeverzegge, mannetjesvaren en andere planten die kenmerkend zijn voor natte omstandigheden, zoals riet.
Melvin stelde voor om dit moeras meer open te maken door wilgen te snoeien en riet te maaien. Daarmee ontstaat ruimte voor soorten als de echte koekoeksbloem en de rietorchis om zich verder uit te breiden.
Deze prachtige, wilde en verborgen plek — die bovendien nauwelijks door mensen wordt betreden — vormt een grote aanwinst voor de biodiversiteit in de Kadoelerscheg. Mogelijk fungeert het gebied nu al als kraamkamer voor tal van planten- en diersoorten die gebonden zijn aan moerassige habitats.
Kortschildglimworm
Tello kreeg direct zin om het gebied te onderzoeken op slakken en bezocht enkele dagen later opnieuw de greppel. Op drie locaties nam hij monsters van de strooisellaag. Het materiaal werd aan de lucht gedroogd en vervolgens met verschillende zeven gezeefd. Dit leverde diverse slakkensoorten op, evenals pissebedden, miljoenpoten, kevers, springstaarten, bosmijten, spinnen, hooiwagens (voornamelijk in het larvestadium) en een larve van de kortschildglimworm.
Het oorspronkelijke doel was om het zeer zeldzame moerastolhorentje te vinden, maar de vondst van de glimworm was minstens zo bijzonder, zeker omdat deze soort in Amsterdam zeldzaam is.
In Nederland komen drie soorten glimwormen voor, de grote, de kleine en dus de kortschildglimworm. Alle drie de soorten hebben bioluminescentie (geven licht).
In Amsterdam-Noord komt deze soort ook voor in het Vliegenbos, waar speciaal voor de glimworm een donkertereservaat is ingericht. Uit literatuuronderzoek bleek bovendien dat de kortschildglimworm in de Kadoelerscheg al eerder is waargenomen, tijdens een TAXON-onderzoek in 2020 in de Wilmkebreekpolder. Daar vond Menno Schildhuizen een mannetje van deze soort.
Lichtvlekken
De kortschildglimworm komt in heel Nederland voor, maar is niet algemeen. De kevers, die ongeveer één centimeter groot worden, leven in tuinen, parken en bossen. De ongevleugelde, zwartgekleurde mannetjes lopen overdag in groepjes rond op open plekken en tussen de vegetatie, vooral bij warm en vochtig weer. De bruingekleurde vrouwtjes zijn vooral in de schemering actief en hebben twee lichtvlekken op het voorlaatste segment van het achterlijf. Ook de mannetjes bezitten deze lichtvlekken.
De larven zijn langgerekt, bruin van kleur met een roze buikzijde en hebben eveneens twee lichtvlekjes op het voorlaatste segment. Bij verstoring lichten deze vlekken pulserend op. De soort wordt het meest waargenomen in de zomermaanden. Over de levenscyclus en verspreiding is nog relatief weinig bekend. De larven leven in een vochtige, ongestoorde strooisellaag en voeden zich waarschijnlijk met huisjesslakken.
In het Kadoelerduin is nauwelijks sprake van lichtvervuiling, wat gunstig is voor deze soort. In de duisternis kunnen de dieren elkaar met hun lichtsignalen makkelijker vinden tussen de vegetatie.
Nederland schoon 2026 in de Kadoelerscheg op 25 maart
19 maart 2026
Op 21 maart 2026 wordt in heel Nederland schoongemaakt. Schoongemaakt van zwerfafval.
Alleen in de Kadoelerscheg doen we dat op 25 maart om 17:00 uur op de Landsmeerderdijk. Voor materiaal, grijpstokken en zakhouders, wordt gezorgd.
Geef je op bij Cora van Senten dan krijg je nadere informatie over de plaats van verzamelen.
Bijenburcht: goed nieuws voor wilde bijen!
19 maart 2026
Afgelopen vrijdag 13 maart was een mooie dag voor wilde bijen. In de Kadoelerscheg zijn twee oude bijenburchten opgeknapt en zes nieuwe bijenburchten aangelegd.
Een bijenburcht is een fijne plek voor wilde bijen en andere bestuivers. Ongeveer de helft van de wilde bijen maakt een nest in de grond. In tuinen en steden is daar vaak weinig ruimte voor. Een bijenburcht helpt hierbij. Het is een plek met zand en grond waar bijen hun nest kunnen maken. Hier leggen ze eitjes en groeien hun jongen veilig op tot het voorjaar.
De burchten zijn gemaakt met verschillende soorten zand en grond. Dit trekt ook zeldzame bijen aan, die in een stad vaak moeilijk een goede plek kunnen vinden. Bij sommige burchten is de bovenste laag van de grond weggehaald en ernaast of eromheen gelegd. Zo kun je goed zien waar de burcht is. Er staat ook een bord met uitleg. Het is belangrijk om de bijenburchten met rust te laten.
Wilde bijen vliegen meestal niet ver, vaak minder dan 100 meter. Daarom zijn dit soort plekken heel belangrijk. Samen vormen ze een netwerk waarin bijen kunnen leven en zich verspreiden. Het helpt extra als er meerdere burchten dicht bij elkaar liggen.
Gehoornde metselbij
Bij een controle op 19 maart zijn er meteen op meerdere plekken gehoornde metselbijen gezien. Dat is goed nieuws! Vorig jaar werd deze bij voor het eerst sinds 200 gezien in de Kadoelerscheg. Dit jaar is hij al vaker waargenomen.
De gehoornde metselbij komt uit warmere gebieden en is een van de eerste bijen die je in het voorjaar ziet, vaak al in maart. Deze bij kan goed tegen lagere temperaturen en bestuift planten en (fruit)bomen heel goed. Door warmere lentes komt deze soort steeds vaker voor in het noorden.
Meld je aan voor de Signal-app Natuuractie Kadoelerscheg en blijf op de hoogte van het allerlaatste nieuws. Stuur je naam en telefoonnummer naar info@kadoelerscheg.nl
Noord Zoekt Soort is een initiatief van stichting Kadoelerscheg
Blog: Bijenmagneet
Ooievaars op nest
Een weiland dat geen stad wil worden
Sport bedreigt groen
Onder druk van de wachtlijsten bij de verenigingen dreigt er weer een sportveld te worden aangelegd. Dat veld wordt aangelegd op een betonvloer. Door de uitbreiding van de velden moeten er ook parkeerplaatsen bijkomen. Die worden verplaatst. Kortom, er gaat weer een hoop aan ecologische waarde verloren. En dat terwijl bekend is dat mensen op wachtlijsten staan bij meerdere verenigingen. Is die noodzaak om de natuur verder aan te tasten echt zo groot? Eerder is een negatief advies uitgebracht over uitbreiding van het sportpark in de hoofdgroenstructuur (HGS). Lees hier de plannen van de gemeente Amsterdam.







